Museumzondag Blog

Zonder lijst

12 aug 2009, door Mark Peeters

Van vrijwel elke nieuwe aanwinst van de collectie gaat de lijst af; veel beter zonder. De prijs vooral is bepaald door de lijst maar de verkopende partij (vaak een kringloopwinkel) accepteert het helaas meestal niet om die er ter plekke af te slopen om de prijs te drukken; dat geeft te denken.

De Spaanse schilder Francisco Goya (1746-1828), zo blijkt uit de roman 'A rebourd uit 1884 van Joris-Karl Huysmans', -lees ik in een gefotokopieerd vouwblaadje in het Koninklijk Paleis van Schone Kunsten in Antwerpen tijdens de tentoonstelling 'Goya Redon Ensor'- was afkerig geworden van alle bewondering voor zijn schilderijen 'al sinds jaren had hij afgezien ze in te lijsten; hij was bang dat de eerste de beste idioot die ze zag hangen het nodig zou vinden er domme opmerkingen over te maken of in modieuze extase te geraken.' Veel last van opmerkingen zal Goya niet gehad hebben want vanaf 1792 was hij stokdoof; voor een schilder minder bezwaarlijk dan een componist.
Dit kleine doek (links) van 43 bij 30 centimeter is geschilderd in 1798 (volgens sommige bronnen 1797) zou misschien ook getoond moeten worden zonder lijst. Toch zien we Goya tegenwoordig altijd in een stevige lijst. Museumdirecteuren hebben vaak vreemde opvattingen over inlijsten. Voorlopig dieptepunt vormen die malle scheve kersenhouten lijsten om Van Gogh's (bijna duurder dan het schilderij) maar ook beeldhouwwerken krijgen soms sokkels die we liever kwijt dan rijk zijn (Brancusi's Ei op Stanley Brown in Kroller Muller). Men wil graag zijn stempel drukken, dat is zeer menselijk, maar er kan beter streng worden toegezien op een onopvallende, dienende presentatie. De ellende houdt trouwens niet op bij lijsten en sokkels; ook de gekleurde muren zie je nog steeds hoewel het twintig jaar geleden (Rudi Fuchs) was al duidelijk was dat je daar beter van af kan blijven. Fuchs hing de werken ook veel te laag en dat is vreemd want een oude wet luidt dat communisten en calvinisten schilderijen te hoog hangen. Ik vind dat je moet uitgaan van een mens van 178 cm; trek daar 15 centimeter vanaf voor de ooghoogte en plaats dan het hart van een schilderij (om dat te bepalen is toch studie vereist) daar waterpas op. De ellende is dat veel bezoekers het liefst met hun neus op schilderijen drukken terwijl een gezonde afstand van gemiddeld een meter of 3, 4 veel beter is, dat vond Rembrandt ook. Het rare is dat grote moderne een, twee of driekleurige schilderijen (Barnett Newman etc etc) vrijwel altijd in een enorme zaal hangen zodat het beoogde effect volkomen teniet wordt gedaan. Wie is er nou bang voor een een paar kleur? Nou, in deze zaal niet nee; denk ik dan op twintig meter afstand.
De volgende keer meer over inlijsten en het misverstand over de lijst als kozijn. ('Venster op de wereld...')



Om te reageren moet je ingelogd zijn: Log in

Nog geen account? Registreer.
volgende > De naakte achterkant