Museumzondag Blog

Nieuwe theorie over onstaan abstracte kunst...

22 jul 2009, door Mark Peeters

Opeens waren alle modellen weg...

Parijs 1860, Napoleon III, Haussmann, boulevards, ingrijpende veranderingen etc etc... het aantal kunstenaars explodeert. Een saloncatalogus uit 1868 meldt 4400 mannen, 1000 vrouwen en 650 buitenlanders (kennelijk een apart geslacht). De opening van de jaarlijkse salon met duizenden kunstwerken gold als de belangrijkste dag in het sociale leven voor iedereen met een beetje pretentie of ambitie. De aldaar verstrekte medailles verschaften een sterrenstatus; de verkoopcijfers van een Salon in de late jaren '70 bedroegen zo'n veertig miljoen francs. De afgebeelde Romeinse soldaten op schilderijen droegen Parijse brandweerhelmen 'l'art pompier' ('brandweerkunst' woordspeling: 'pompeus' en 'Pompeii') bij gebrek aan goede voorbeelden. De schilders konden de vraag nauwelijks bijbenen 'elke keer als ik pis verlies ik vijf francs' was een gevleugelde uitspraak onder schilders. (om een beetje een idee te krijgen hoeveel veertig miljoen franc toen waard was.)
In Montparnasse zaten er toen al (men denkt vaak dat het feest daar pas begon in de 20e eeuw; na Montmartre) zo'n vijftienhonderd, de meeste in ateliers die nieuw werden opgeleverd tegelijk met appartementen gebouwd op grond waar tot dan groente werd verbouwd. De ateliers waren te herkennen vanaf de straat aan de hoge vertikale ramen in de gevel. Sommige apothekers begonnen verfwinkels (zoals Levebvre-Foinet in rue Brea) en gaven adviezen aan kunstenaars die van alle delen uit de wereld op Parijs afkwamen. Ze verzorgden zelfs transport en opslag, verhuurden studio's en vertegenwoordigden kunstenaars op de salons. Het vak van galeriehouder komt dus voort uit de pharmaceutische industrie!
Elke maandag was er zelfs een ware 'modellenmarkt' op boulevard Montparnasse; grote, vrijwel uitsluitend Italiaanse families liepen boulevard Montparnasse op en neer. Eenmaal uitgezocht liep men dan met de kunstenaar-in-opleiding mee naar rue de la Grande Chaumiere nummer 10 waar de academie van Colarossi, een ex-model, was gevestigd. Colarossi had inmiddels carriere als beeldhouwer gemaakt en had de zaak overgenomen die aanvankelijk Academie Suisse heette (Quai des Orfevres) waar Delacroix, Courbet, Manet, Monet en Pisarro werden opgeleid.
De modellen, die arme sloebers, werden vereeuwigd als mythologische held of als madonna; men kon ook kinderen en bejaarden goed gebruiken dus waren het echte familebedrijven. De modellen moesten plotseling allemaal vertrekken als ongewenste vreemdeling toen Italie vijandig tegenover Frankrijk kwam te staan. Toen waren er dus geen modellen meer en deed de abstracte kunst zijn intrede. Een theorie van likmevestje maar wel een die misschien ooit een wetenschappelijke basis zal krijgen, en dan heb ik hem hier anno medio 2009 gelanceerd!

PS Colarossi (voornaam Filippo) liet zelfs vrouwelijke studentes (ja ja, ook die Camille Claudel) toe op zijn academie; de mannelijke naaktmodellen waren niet aan te slepen. Op het Bauhaus (moderne kunstopleiding na WOI tijdens republiek Weimar was het tekenen naar model daarentegen verboden; leerling Paul Citroen had er nog tevergeefs om gesmeekt en ik meen zelfs dat er om gedemonstreerd werd. Voor de goede orde: dat was nog voordat Hitler aan de macht kwam.)



Om te reageren moet je ingelogd zijn: Log in

Nog geen account? Registreer.
volgende > Lijn 1, Trolleybus Arnhem